Taalproblemen zijn meestal van voorbijgaande aard. Er wordt dan gesproken van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling. Taal kan je onderverdelen in verschillende domeinen. De problemen situeren zich in één of meer van deze domeinen.
Semantiek
Er is sprake van een beperkte woordenschat in vergelijking met leeftijdsgenoten.
Syntaxis
De zinsbouw is vaker incorrect wanneer vergeleken wordt met leeftijdsgenoten.
Morfologie
Er wordt geen correct gebruik van werkwoorden toegepast. Dit domein gaat nauw samen met syntaxis.
Auditief geheugen
Het onthouden en uitvoeren van opdrachten is moeilijk.
Fonologie
Problemen met vaardigheden die van belang zijn voor het leren lezen en spellen.
Fonologische problemen kunnen ook voorkomen in spraak. Dan spreek men van een fonologische articulatiestoornis.
Blijven de taalproblemen na intensief oefenen aanwezig, dan kan er sprake zijn van dysfasie.
Spraakproductieproblemen kunnen onderverdeeld worden in twee categorieën:
- fonetische articulatiestoornissen
- fonologische articulatiestoornissen
Bij een fonetische articulatiestoornis kan de klank gevormd worden maar wordt dit niet op de juiste manier gedaan. Hij wordt weggelaten of vervormd. Denk aan de r die bij jonge kinderen vaak vervangen wordt door de l of j. Ook lispelen of slissen waarbij de s en z verkeerd worden uitgesproken, is hier een voorbeeld van.
Bij een fonologische articulatiestoornis is de spraakontwikkeling sterk vertraagd. De articulatieplaats wordt gewijzigd waardoor klanken veranderen. De voorklank t wordt dan uitgesproken als achterklank k. Dit proces heet backing. Zo is er een hele waaier aan fonologische articulatiestoornissen.
Hoe meer processen er aanwezig zijn in de spraak, hoe minder de spraakverstaanbaarheid. Dit leidt meestal tot frustraties bij het kind waardoor spreken vermeden wordt.